Een Stamrechtstichting wordt ook weleens genoemd als alternatief voor de Stamrecht B.V..
Een Stichting mag echter bij wet geen uitkeringen doen aan
oprichters of bestuurders. Maar het doen van een periodieke uitkering
valt hier niet onder, ten minste wanneer de Stichting deze uitkering doet als
tegenprestatie voor eerder ontvangen gelden.
Het zijn dan dus geen
uitkeringen om niet.
• geen startkapitaal,
geen
minimum aandelenkapitaal nodig,
geen bank- of accountantsverklaring,
geen verklaring van geen bezwaar voor de oprichting,
• oprichting goedkoper,
geen deponeringsverplichting bij het
handelsregister Kamer van Koophandel,
inschrijving bij de Kamer van Koophandel goedkoper en
gebruikelijkloonregeling niet van toepassing.
Vooropgesteld: een Stichting is bedoeld voor ideële doelstellingen. Dat moet ook in de statuten kenbaar worden gemaakt. Er mag wel een onderneming in worden uitgeoefend, maar het doel van een Stichting mag niet zijn om winst te maken.
Een Stichting, maar ook een B.V. kan als
toegelaten verzekeraar fungeren, zolang de pensioenverplichting
voor de heffing van de Vennootschapsbelasting tot
het binnenlandse vermogen wordt gerekend.
Alleen bij een Stichting is het vermogen te splitsen in een
ondernemingsvermogen en een niet-onder-nemingsvermogen. Als de
werkzaamheid van de stichting bestaat uit het verzekeren van
kapitaalsuitkering uit levensverzekering, is er sprake van een
onderneming.
Eventuele winst mag niét aan de betrokkenen worden uitgekeerd. Deze winst mag alleen worden aangewend voor doelen met een ideële of sociale strekking (als genoemd in de Stichtingsakte).
Een ander verschil tussen Stichting en B.V. is dat
het bestuur in een Stichting alleen een vergoeding krijgt en eventueel personeel
een salaris. Het bestuur vult zichzelf aan, dus bestuur kiest bestuur.
Mocht er geen te verkiezen bestuurder zijn, kan de rechter een
bestuurder benoemen.
In een B.V. is het bestuur meestal de aandeelhouder.
De ontslagvergoeding kan zonder inhouding van loonbelasting worden overgemaakt naar de eigen Stichting. Dat geld kan in de Stichting worden belegd. De lagere kosten van oprichting en instandhouding van de Stichting zijn een groot voordeel ten opzichte van de Stamrecht B.V..
Een Stichting, waarin een onderneming wordt
gedreven, is zowel voor de vennootschapsbe-lasting als voor de
omzetbelasting belastingplichtig.
De vennootschapsbelasting stelt
echter andere eisen aan het ondernemerschap dan de
omzetbelasting.
Voor de omzetbelasting is het niet van belang
of er naar winst wordt gestreefd.
Voor de vennoot-schapsbelasting is dit wel van belang.
Het kan dus zo zijn dat een Stichting voor de omzetbelasting wél
ondernemer is, maar voor de vennootschapsbelasting niét. Ook
zijn er verschillen tussen de vrijstellingen in de
omzetbelasting en de vennootschapsbelasting.
Een
Stichting kan
dus zowel voor de omzetbelasting als de vennootschapsbelasting (of
voor een gedeelte van haar activiteiten) belastingplichtig zijn.
Dit hoeft niet per definitie de hoofdactiviteit van de Stichting
te zijn.
Sterftewinst.
Een Stamrechtstichting kent geen aandelen, is
dus geen eigendom en kan dan ook niet vererven. Mocht u dus komen te overlijden,
zal de Stamrechtstichting, of het kapitaal daarvan, niet automatisch
naar de nabestaanden gaan.
Als de uitkeringsgerechtigde overlijdt, blijft het geld in de Stichting
achter, die dit vervolgens alleen maar mag aanwenden voor de
statutair vastgelegde (ideële) doeleinden.
Dit kan worden voorkomen door een
overlijdensrisicoverzekering aan te bieden. De Stichting ontvangt hier voor premie die aan het rendement bijdraagt, zolang de
uitkeringsgerechtigde in leven is.
Deze "contraverzekering" kan dan bij overlijden een bedrag
uitkeren, dat gelijk is aan de vrijval van de stamrechtverplichting.
In een Stamrecht B.V. is wel sprake van eigendom. Dat betekent dat het kapitaal
wél kan vererven. Ten tweede mag een B.V. winst
draaien. Dat komt ten gunste van de aandeelhouders.
Een B.V. heeft ook de
mogelijkheid in andere BV’s deel te nemen, of zelf een bedrijf te starten.
Deze mogelijkheden bestaan niet voor een Stichting.
De Stamrechtstichting neemt dus eigenlijk de plaats van de (bank-)verzekeraar in.
Als een Stichting belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting zijn de bestuurders aansprakelijk voor (belasting)schulden. In verband met deze aansprakelijkheid en de mogelijkheid dit risico te verzekeren, is het voor bestuurders van belang om tijdig te weten of de Stichting (partieel) belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting.
Het is mogelijk onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen vrijwilligers een voor de loonbelasting vrije vergoeding te verstrekken. Eén van de voorwaarden om van deze vrijwilligers-regeling gebruik te kunnen maken is dat de Stichting niet is onderworpen aan vennootschapsbelasting.
De hierboven staande informatie is algemeen van aard.
Maar wilt u méér, op uw situatie gerichte, specifieke informatie of wilt u een afspraak maken voor een vrijblijvend gesprek? Neem dan met ons contact op of laat uw gegevens achter op de
contactpagina.
Wij bellen u zo spoedig mogelijk terug.